dinsdag 31 oktober 2017

Borstkanker/borstcarcinoom/mammacarcinoom

Dit is een kankersoort dan zich in het borstweefsel van vrouwen en soms bij mannen ontwikkelt. Het kan op alle plaatsen in de borst ontstaan. Het kan worden onderverdeeld naar de plek waar het ontstaat:
-          Ductaal: de kanker is ontstaan in een melkgang
-          Lobulair: de kanker is ontstaan in een melkklier
Ook zijn er nog zeldzamere vormen van borstkanker.
Vindt de arts bij onderzoek alleen een voorstadium van de borstkanker dan heet dit in situ carcinoom. Hiervan bestaan 2 soorten: ductaal en lobutair. Niet alle kanker in de borst hoeft van dezelfde soort te zijn. In 1 borst kunnen verschillende soorten borstkanker tegelijkertijd voorkomen.
Borstkanker wordt veder onderverdeel in:
-          Hormoongevoelige of hormoonongevoelige borstkanker
-          HER2-postitieve borstkanker en HER2-negatieve borstkanker
-          Triple negatieve borstkanker


Ductaal cracinoma in situ
Zitten er in de melkbuisjes onrustige afwijkende cellen, die nog niet door de wanden van de melkbuisjes heen groeien? Dan is dit een voorstadium van borstkanker. Dit is een ‘niet-invasieve’ tumor. Meestal is dit een ductaal carcinoma in situ (DCIS). DCIS kan bijvoorbeeld vroeg ontdekt worden bij het bevolkingsonderzoek. Jaarlijks horen 1.800 patiënten dat ze DCIS hebben. Normaal voelen melkgangen soepel aan, soms kunnen bij een DCIS de melkgangen hard en stug aanvoelen. In 80 – 85% van alle gevallen van DCIS is echter niets te voelen. Op een mammografie zijn vaak kalkspatjes zichtbaar. Een ander woord hiervoor is microcalcificaties. Deze ontstaan als de kankercellen in de buisjes elkaar verstikken, afsterven en daarna verkalken. Kalkspatjes wijzen niet altijd op een DCIS. Ze kunnen ook een goedaardige oorzaak hebben. Om te onderzoeken of deze kalkspatjes goed- of kwaadaardig zijn, krijgt u een biopsie. Bij een DCIS krijgt is het meestal een operatie. Dat is niet anders dan bij invasieve borstkanker. Je krijgt een borstsparende operatie met bestraling of een borstamputatie zonder bestraling. DCIS groeit niet door de wand van de melkbuisjes en geeft om die reden geen uitzaaiingen. Soms zit er toch ook een invasieve tumor tussen de DCIS. Daarom krijgt je soms toch een schildwachtklierprocedure. Dit geldt met name voor hooggradige DCIS (graad 3) en als het gebied met een DCIS groot is. Door een DCIS te behandelen, vermindert de kans op het ontstaan van een invasieve vorm van borstkanker. Na behandeling van een DCIS is de kans op genezing bijna 100%. Een DCIS die niet behandeld wordt, kan zich ontwikkelen tot een invasieve tumor. Het is niet te zeggen bij welke vrouwen dit gebeurt en bij welke vrouwen niet.
Lobulair carcinoma in situ (LCIS)
Deze vorm van borstkanker ontstaat in een melkklier en is (nog) niet buiten de wand van de melkklier gegroeid. LCIS is een voorstadium van borstkanker. LCIS geeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van lobulair carcinoom. Dit voorstadium van borstkanker is moeilijk te vinden. Meestal wordt het bij toeval gevonden.
Invasief ductaal carcinoom
Deze kanker ontstaat in de melkgangen en kan daarbuiten verder gaan groeien. Het invasief ductaal carcinoom is de meest voorkomende vorm van borstkanker en kan aanvoelen als een harde knobbel.
Invasief lobulair carcinoom
Deze kanker ontstaat in de melkklieren. De tumor is vaak alleen te voelen als een zwelling van de borst. Op een mammografie of bij een MRI is de lobulaire tumor niet altijd goed te zien. Onder een microscoop zijn kleine tumorcellen te zien, die in strengen liggen. Lobulaire tumoren komen minder vaak voor dan ductale tumoren: bij 5 tot 15% van de borstkankers. De prognose van hormoongevoelig ductaal carcinoom is hetzelfde als van een lobulair carcinoom. Deze vormen worden daarom vaak op dezelfde manier behandeld.
Een andere aanvullende indeling van borstkanker is gebaseerd op de aanwezigheid van receptoren of het eiwit HER2.
Hormoongevoelig of hormoonongevoelig
Borstkanker kan hormoongevoelig of hormoonongevoelig zijn. Dat is belangrijk om te weten voor de behandeling want hormonale therapie werkt alleen bij hormoongevoelige borstkanker. Hormoongevoelig betekent dat hormonen de tumor kunnen stimuleren om te groeien en te delen. De hormonen, bijvoorbeeld oestrogenen, binden zich dan aan receptoren in de tumorcel. Dit wordt ook wel hormoonreceptor-positieve borstkanker genoemd. Zijn er geen receptoren, dan heeft u hormoonreceptor-negatieve of hormoonongevoelige borstkanker. Dit wordt ook wel een ER-negatieve en/of PR-negatieve tumor genoemd. De tumor groeit niet onder invloed van hormonen. Als meer dan 10% van de kankercellen oestrogeenreceptoren heeft, wordt in Nederland de kanker ER-positief genoemd. Oestrogeen stimuleert dan de tumorgroei. Een tumor die minder dan 10% ER-positief is, wordt ER-negatief genoemd. Bij progesteron-gevoeligheid wordt de tumor PR-positief genoemd. 80% van de borstkankers is ER-positief. Ongeveer 65% van deze ER-positieve borsttumoren is ook PR-positief. Aromataseremmers verminderen de oestrogeenproductie waardoor de tumor minder of niet meer kan groeien. De tumorcellen sterven dan na verloop van tijd af.
HER2-positief of HER2-negatief
Borstkanker wordt ook onderverdeeld in HER2-positief of HER2-negatief. Dat is belangrijk om te weten voor de behandeling. HER2-positieve borstkanker kan behandeld worden met doelgerichte therapie. HER2 is een eiwit en staat voor: Humaan Epidermale groeifactor Receptor 2. 
Een HER2-positieve tumor betekent dat er overmatig veel HER2-eiwit op de tumor aanwezig is. HER2-eiwit stimuleert de tumorgroei. Om te weten of u voor doelgerichte therapie in aanmerking komt, moet de arts eerst onderzoeken of de tumor een teveel aan HER2-eiwit heeft.

Triple negatieve borstkanker
Bij triple negatieve borstkanker ontbreekt het eiwit HER2. Daarnaast zijn ook de receptoren voor oestrogeen en progesteron (ER en PR) afwezig. Doordat dit alle drie ontbreekt, spreekt men van triple negatieve borstkanker. Oftewel: 3 keer negatief. Hormonale therapie maakt juist gebruik van deze receptoren. Het medicijn trastuzumab heeft het eiwit HER2 nodig.  Daarom is hormonale therapie of behandeling met trastuzumab bij triple negatieve borstkanker niet zinvol.

Gradering

Bij de kenmerken van de kankercellen wordt ook naar de gradering gekeken. Gradering kan 1, 2 of 3 zijn, waarbij graad 3 de meest ongunstige gradering is. Bij triple negatief borstkanker komt graad 3 vaak voor.

Risicofactoren van triple negatieve borstkanker

Het is nog niet bekend waarom bepaalde patiënten triple negatieve borstkanker krijgen. Daarom wordt er momenteel veel onderzoek gedaan naar deze ziekte. Triple negatieve borstkanker groeit vaak sneller en agressiever dan ER positieve borstkanker.

Overleving van triple negatieve borstkanker

In de eerste jaren na de diagnose komt triple negatieve borstkanker daarom vaker terug ondanks alle behandelingen. Maar als er na 7 jaar geen uitzaaiingen of lokale recidieven zijn, dan ben je vrijwel zeker genezen. Terwijl hormoongevoelige borstkanker tot wel 10-20 jaar na de diagnose kan blijven terugkeren. Op de lange duur kan de prognose van triple negatieve borstkanker daarom soms beter zijn dan van hormoongevoelige borstkanker. Zaait de borstkanker uit, dan gebeurt dat vaak in een kortere tijd dan bij andere vormen van borstkanker.

Behandeling van triple negatieve borstkanker

De standaardbehandeling voor triple negatieve borstkanker is vaak een operatie, chemotherapie en bestraling. De standaardchemotherapie bestaat op dit moment uit een combinatie van 3 middelen: (epi-) adriamycine, cyclofosfamide en paclitaxel of docetaxel; ook wordt 5-fluorouracil als 4de middel vaak toegevoegd. Bij uitgezaaide triple negatieve borstkanker kun je andere medicijnen gebruiken. Er wordt onderzoek gedaan naar de waarde van angiogeneseremmers in combinatie met chemotherapie. Endocriene behandelingen, zoals anti-oestrogenen of trastuzumab tegen het HER2-eiwit, maken gebruik van de receptoren en eiwitten. Deze behandelingen zijn bij triple negatieve borstkanker daarom niet zinvol.

Cijfers over triple negatieve borstkanker

·         15 tot 20% van de borstkankerpatiënten heeft triple negatieve borstkanker. Dat zijn zo’n 2.100 tot 2.800 mensen per jaar.  De gemiddelde leeftijd van deze patiënten is lager dan bij andere vormen van borstkanker. Deze ligt namelijk vaker in de leeftijd van vóór de menopauze.
·         Mensen van Afro-Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse afkomst hebben minder kans op borstkanker. Maar als ze borstkanker krijgen, is de kans groter dat ze triple negatieve borstkanker krijgen. 
·         Ongeveer 80% van de triple negatieve tumoren heeft een ongunstige gradering: 3 op een schaal van 1-3.
·         20 tot 30% van die groep (400 tot 840 mensen) is erfelijk belast. Zij hebben een mutatie in een BRCA-gen. Triple negatieve borstkanker komt vaker voor bij een BRCA1-mutatie dan bij een BRCA2-mutatie. Lees meer over erfelijke borstkanker (BRCA1 of BRCA2). 

Tumorinfiltrerende lymfocyten
De aanwezigheid van tumorinfiltrerende lymfocyten (TIL’s) zegt iets over de eigen afweer tegen de tumorcellen. Als de foutjes in de cellen niet meer door het eigen immuunsysteem worden opgeruimd, kan kanker ontstaan. Het is bekend dat tumorinfiltrerende lymfocyten een voorspellende waarde hebben bij triple-negatieve borstkanker. Wanneer er veel tumorinfiltrerende lymfocyten zijn, hebben patiënten een betere prognose.
Goedaardige aandoeningen
Een verandering in of aan de borst hoeft beslist niet te wijzen op kanker. Meestal is het een goedaardige aandoening, zoals een cyste. Een cyste is een holte gevuld met vocht. Goedaardige cellen veroorzaken wel een zwelling, maar groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door de rest van het lichaam. Er zijn meer goedaardige klachten aan de borsten. Ze zijn bekend onder de naam mastopathie.

Zeldzame vormen van borstkanker


·         Ziekte van Paget (3%)
·         Medullair carcinoom (<2%)
·         Tubulair carcinoom (1,2%)
·         Inflammatoir carcinoom (Mastitis Carcinomatosa 1%)
·         Phyllodes tumor (<1%)

Ziekte van Paget

De ziekte van Paget komt zelden voor. Symptomen zijn: jeukende uitslag rond de tepel, soms met vocht, of bloedverlies uit de tepel. In de opperhuid van de tepel zitten dan vaak tumorcellen. In 40 tot 50% van de gevallen blijft dit beperkt tot de tepel. In de overige gevallen is er een kwaadaardige tumor rond de tepel. Zitten er alleen tumorcellen in de tepel, dan is de prognose gunstig.

Medullair carcinoom

Medullair carcinoom is een vorm van invasief ductaal carcinoom. Deze soort verspreidt zich soms naar de lymfeklieren in de oksel. De gezwellen kunnen groot worden, maar ze hebben een goede prognose. Minder dan 2% van alle borstkankertypen behoren tot dit type. Medullair carcinoom is ook een vorm van triple negatieve borstkanker.

Tubulair carcinoom

Tubulair carcinoom is een vorm van ductaal carcinoom. Dit type borstkanker bestaat uit veel kleine klieren en buisjes, die sterke gelijkenis vertonen met de normale melkklieren en melkgangen. Deze kanker zaait zelden uit naar de lymfeklieren of verder in het lichaam en heeft een zeer goede prognose.

Inflammatoir carcinoom

Inflammatoir carcinoom is een agressieve vorm van borstkanker, die zich snel door de borst verspreidt. De tumorcellen groeien vaak snel en nestelen zich in de lymfevaten van de huid. Ze blokkeren de lymfevaten, die daardoor gaan ontsteken en het onderliggende weefsel wordt hard. In tegenstelling tot de meeste andere vormen van borstkanker, kan deze vorm van kanker pijnlijk zijn. De borst ziet er ontstoken uit, is rood en gezwollen en voelt warm aan. Deze vorm van borstkanker komt gemiddeld bij wat jongere vrouwen voor.

Phyllodes tumor

De Phyllodes tumor is een zeldzame tumor: minder dan 1% van het totaal aantal borsttumoren. Er is een goedaardige en een kwaadaardige variant. Deze laatste komt heel weinig voor. De okselklieren worden zelden aangetast. Ook verdere uitzaaiingen zijn zeldzaam. Wel is de kans aanwezig dat de tumor terugkeert. De gemiddelde 5-jaarsoverleving voor beide soorten samen is gunstig: bijna 100%.
Symptomen van borstkanker
Voelen je borsten anders aan, dan je gewend bent en ziet of voelt u 1 van de volgende symptomen, dan is het verstandig om direct de (huis)arts te raadplegen:
·         een ongewoon knobbeltje in de borst
·         schilfering en roodheid van de tepel of kuiltje in de borst
·         sinds kort ingetrokken tepel
·         strenge(tje) naar de tepel
·         vocht uit de tepel (bloederig, waterig, groen van kleur of melkachtig)
·         warm aanvoelende borst met een rode verkleuring van de huid
·         een slecht genezend plekje
·         pijnlijke, anders aanvoelende plek in de borst
·         zwelling in de oksel
Knobbeltje
Een knobbeltje is een verdikking in de borst die anders aanvoelt dan de bobbels die je normaal kunt voelen.
·         Een knobbeltje betekent opgezet klierweefsel of een holte die met vocht gevuld is (cyste).
·         Knobbeltjes kunnen heel verschillend aanvoelen. Vaak is het een plekje in de borst dat iets stugger of harder is dan de rest van het weefsel. Soms is het kogelrond en glijdt het onder de vingers weg als een knikker. Soms voelt het als een verdikte schijf of een strengetje achter de tepel. Meestal doen knobbeltjes geen pijn en zijn ze goedaardig. Maar u kunt beter geen risico nemen en u zo snel mogelijk door uw huisarts laten onderzoeken als u een knobbeltje voelt.

Risicofactoren van borstkanker

Er is vrij veel bekend over risicofactoren bij borstkanker, maar het is zeker niet zo dat als een risicofactor op een vrouw van toepassing is, zij ook borstkanker krijgt. Omgekeerd is het ook vaak moeilijk vast te stellen wat de oorzaak is geweest als iemand borstkanker krijgt. Meestal dragen verschillende risicofactoren samen bij aan een verhoogd risico. 
Bekend is dat:
·         Borstkanker vooral voorkomt bij vrouwen van 50 jaar en ouder in Westerse landen. 
·         Ongeveer 5 tot 10% van alle vrouwen met borstkanker de ziekte heeft gekregen door een erfelijke aanleg. 
·         Vrouwelijke geslachtshormonen een zeer belangrijke rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Het gaat met name om oestrogeen, maar ook progesteron. Hoe langer borsten blootgesteld zijn aan deze hormonen, hoe groter de kans op borstkanker. Er is een (licht) verhoogde kans op borstkanker voor vrouwen die:

- vroeg zijn gaan menstrueren
- laat in de overgang zijn gekomen
- weinig of geen kinderen hebben
- geen of kort borstvoeding hebben gegeven
- overgewicht hebben tijdens en na de overgang
- dagelijks alcohol gebruiken (meer dan 1 glas per dag)
- weinig of niets aan lichaamsbeweging doen
- de anticonceptiepil slikken
- hormoonpreparaten gebruiken (langer dan 4 jaar) vanwege overgangsklachten
- dicht borstklierweefsel hebben
- DES moeder zijn
- op jonge leeftijd (voor hun 40e) op de borst bestraald zijn

Weinig of geen kinderen hebben

Vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, hebben meer risico op borstkanker dan vrouwen die wel kinderen hebben. Belangrijk is de leeftijd waarop de vrouw haar eerste kind krijgt. Vergeleken met vrouwen zonder kinderen hebben vrouwen die hun 1ste kind voor hun 32e krijgen een lager risico. Vrouwen met  een 1ste kind tussen het 32-35e jaar hebben ongeveer evenveel risico. Vrouwen met  een 1ste kind na hun 35e zelfs een iets hoger risico. Het krijgen van een groter aantal kinderen gaat met een lager risico gepaard. 

Geen of kort borstvoeding hebben gegeven

Het geven van 4 tot 12 maanden borstvoeding vermindert de kans op borstkanker. Het risico vermindert verder bij langere duur (opgeteld over alle borstvoeding periodes bij elk kind). Ook hierbij is het effect is gunstiger naarmate de vrouw jonger is als ze borstvoeding geeft.

Vroege menstruatie

Bij menstruatie vóór het 12e jaar, heeft een vrouw meer kans op borstkanker.  

Late overgang

Vrouwen die na hun 55e jaar in de overgang komen, hebben meer kans op borstkanker dan vrouwen die vóór hun 45e jaar in de overgang zijn. De leeftijd van de overgang hangt samen met de afnemende werking van de eierstokken. Vrouwen bij wie de eierstokken op jonge leeftijd zijn weggehaald, komen daardoor vroeg in de overgang en hebben minder kans op borstkanker.

Overgewicht tijdens en na de overgang

Vetweefsel produceert nog wel oestrogeen, ook na de overgang en als de eierstokken geen hormonen meer produceren. Als een volwassen vrouw in gewicht toe blijft nemen, neemt ook haar risico op borstkanker toe, vooral als zij hierdoor overgewicht krijgt.

Gebruik van anticonceptiepil 

De anticonceptiepil bestaat uit oestrogeen en progesteron. De pil verandert de hormoonhuishouding. Dit kan tot een tijdelijk licht verhoogd risico op borstkanker leiden (alleen tijdens gebruik). 

Erfelijke aanleg bij borstkanker


Bij vrouwen met een erfelijke aanleg wordt borstkanker vaker relatief jong vastgesteld: voor het 50e jaar. Meestal hebben meerdere directe bloedverwanten in verschillende generaties borstkanker. Of ze hebben het gehad. Bijvoorbeeld moeder en zussen. Ook als zowel borstkanker als eierstokkanker bij 1 persoon of in een familie voorkomen, dan kan dat erfelijk zijn.